Uiterlijk

De Noorse boskat is een vrij grote kat met een dubbele vacht. Een dikke, wollen ondervacht en een gladde, wat vettig aanvoelende dekvacht. In het voorjaar verliest de Noorse boskat veel haar waardoor hij er uit kan zien als een kortharige kat. In de herfst komt de vacht weer terug en heeft de Noorse boskat een volle kraag, veel haar op de flanken en achterpoten (ook wel genoemd de "broek") en een volbehaarde pluimstaart. Katers wegen gemiddeld 5 tot 8 kilo en poezen zo'n 3 tot 6 kilo. Ze hebben stevige botten en zijn gespierd. Het duurt gemiddeld 2 à 3 jaar voordat een Noorse boskat volledig lichamelijk is uitgegroeid.


Het karakter

Noren houden van gezelligheid, aandacht en knuffelen. Het zijn hele sociale dieren en kunnen prima overweg met andere katten en honden. Door zijn nieuwsgierigheid en intelligentie leert hij spelenderwijs. Ze kunnen ontzettend goed klimmen en demonstreren dit graag. Ten opzichte van mensen stellen deze katten zich zeer vriendelijk op. Ook hebben ze de neiging zich aan een persoon in het bijzonder te hechten. Ze hebben een sterk territoriumgevoel, dus zullen katers het onderling gewoonlijk niet zo goed samen kunnen vinden. Vrouwelijke dieren gaan vaak wel goed met elkaar om. De boskat is boven alles nieuwsgierig, wil graag weten wat er om hem heen gebeurt en alles wat het huis binnenkomt, of het nu gaat om boodschappen of een bezoeker, wordt grondig geïnspecteerd en gekeurd. Kortom; een stoer ras met een hart van goud.


Historie

In de jaren dertig van de vorige eeuw verscheen er een Noorse boskat voor het eerst op een kattententoonstelling in Noorwegen, op dat moment nog in de huiskattenklasse. Liefhebbers van deze mooie kat waren bang dat het ras zou uitsterven als er niet een gericht fokprogramma werd opgezet en zo groeide de interesse voor deze kat en de wens om het als ras erkend te krijgen. Uiteindelijk is in 1977 het ras erkend.